...en sociale economie
Kwaliteit van de arbeid en sociale economie: een gelukkig huwelijk?
De kwaliteit van de arbeid staat hoog op de politieke agenda. Zo is de kwaliteit van de arbeid een van de doelstellingen van de Europese werkgelegenheidstrategie. In het federale regeerakkoord vinden we enkele pistes terug voor een betere combinatie van werk en gezin. De aanstelling in de huidige regering van een ‘Staatssecretaris voor Arbeidsorganisatie en Welzijn op het werk' wijst op het groeiende belang van dit thema. De Vlaamse regering en de sociale partners stellen vast dat een verhoging van de kwaliteit van de arbeid, een betere arbeidsorganisatie en loopbaanbegeleiding een positieve invloed op de werkzaamheidsgraad kunnen hebben (doelstelling 4 van het Pact van Vilvoorde). De Vlaamse regering heeft ook twee interessante initiatieven genomen: de werkbaarheidsmonitor, die de kwaliteit van de arbeid van de Vlaamse actieve bevolking wil meten en het project TRIVISI, dat focust op een goede ondernemingspraktijk voor mens, milieu en maatschappij.
Veel bedrijven zijn reeds bezig met het ontwikkelen en in de praktijk brengen van een aantal maatregelen die de kwaliteit van de arbeid van de werknemers kunnen verhogen. De recente initiatieven zoals de "Beste Werkgevers van België 2003", op initiatief van de Europese Commissie, en de wedstrijd "Mensvriendelijke organisatie", op initiatief van de Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, tonen duidelijk aan dat de kwaliteit van de arbeid een competitief voordeel is geworden en tegelijkertijd een factor van sociale erkenning.
In deze context lijkt het ons belangrijk de kenmerken van de kwaliteit van de arbeid in de sociale economie bedrijven - voor wie het menselijke kapitaal en niét de winstmaximalisatie centraal staan, in kaart te brengen.
Daarnaast willen we een referentiekader voorstellen om een leerproces in het bedrijf op gang te brengen. Mede dankzij dit kader kan een bedrijf zijn eigen doelstellingen en prioriteiten vaststellen, acties voorzien, een tussentijdse balans opmaken, en, indien nodig, eigen indicatoren aanwenden.
We hebben dit referentiekader ontwikkeld op basis van de toepassing van de visie van VOSEC op de sociale economie (arbeid voorrang op kapitaal, kwaliteit van interne en externe relaties, het creëren van tewerkstellingsmogelijkheden voor kansengroepen, democratische besluitvorming, maatschappelijke inbedding, transparantie en duurzaamheid); van de 4 a's (arbeidsinhoud, arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden), de kenmerken van de arbeidssituatie waarvan een optimale combinatie essentieel is voor het beoordelen van de kwaliteit van de arbeid in een onderneming.
Meer details over de visie van VOSEC op www.vosec.be
Even voorstellen? Een proces in drie stappen
Er zijn mensen die bewust kiezen voor sociale economie ondernemingen omdat ze een maatschappelijk zinvoller werk nastreven.
Maar er zijn ook mensen die hun weg naar de sociale economieondernemingen vinden na een omweg: negatieve professionele ervaringen, moeilijkheden in het privé-leven, zware sociale problemen... De tewerkstelling begint in een negatieve context die door het werk zelf weer positief moet worden. Het werk kan niet alle problemen oplossen, maar wel de personen in staat brengen om hun eigen situaties te verbeteren.
Respect en vertrouwen in de mensen en hun capaciteiten zijn de sleutelwoorden in dit proces.
We kunnen immers naar mensen kijken vanuit een ander perspectief: mensen kunnen falen in onze huidige kapitalistische economie; ze zijn werkzoekend geworden, uitgeput of niet meer in staat om in dit systeem te functioneren, maar dat wil niet zeggen dat ze geen competenties, talenten of capaciteiten hebben.
Het is aan de sociale economie, maar ook aan de gewone ondernemingen, die competenties te ontdekken en open te laten bloeien.
Dit proces gebeurt in drie stappen:
- Werken zien als een manier om niet alleen de welvaart (werken moet financieel aantrekkelijker blijven dan werkloos zijn), maar ook het welzijn, d.w.z. de mogelijkheden en capaciteiten van de mensen, te verhogen . Zelfontplooiing van de mensen staat dus centraal. Om dit mogelijk te maken, heeft de onderneming tijd nodig om de juiste werkorganisatie te vinden. Maar ook voor de werknemers gebeurt dit niet in één dag. Ze moeten zelf afstappen van het klassieke systeem waar ze alleen als een "stuk" van de machines gezien worden.
- De link versterken tussen werk - bedrijf/organisatie en maatschappij : iedereen moet zijn/haar bijdrage leveren aan het (beter) functioneren van de onderneming en van de samenleving. Iedereen moet zich ontplooien in een context (de organisatie op lager niveau, de maatschappij op hoger niveau) en moet zich bewust worden van de beperkingen (en de mogelijkheden) van die context, maar ook van de link die tussen de verschillende niveau's bestaat.
- De kwaliteit van de dialoog met de andere belanghebbenden (klanten, leveranciers, milieu, ...) beïnvloedt ook de kwaliteit van de arbeid. Die dialoog zorgt dat de juiste beslissingen genomen worden en dat geen enkele stakeholder de totale macht heeft over de anderen.
Om ons volledig referentiekader te lezen, klik hier.
